Guide for setting up the account and users
1. Inleiding
AFAS versie 7 integreert met de Transsmart APIv2. Eerdere versies integreerden met APIv1.
Bij het uitwisselen van berichten met APIv2 moet AFAS zich authenticeren. Dit gebeurt met de gebruikersnaam en het wachtwoord van wat in dit document de integration user wordt genoemd. Deze inloggegevens moeten in AFAS worden geconfigureerd en worden standaard gebruikt voor alle interacties met het Transsmart-platform.
Printen gebeurt door een printverzoek naar Transsmart te sturen. Het platform bereidt vervolgens de printtaak voor en stuurt deze naar de SmartPrint-client die binnen het netwerk van de klant is geïnstalleerd. SmartPrint stuurt deze vervolgens via QZ Tray naar de juiste printer.
2. Standaardconfiguratie
In gevallen waarin voor het afdrukken slechts één SmartPrint en één printer nodig zijn, is het voldoende om de afdrukdetails alleen voor de integration user te configureren. Zodra SmartPrint actief is, ga naar de printing tab voor die gebruiker, selecteer de betreffende SmartPrint-verbinding en stel vervolgens de juiste ZPL/PDF-printer in.
De geconfigureerde SmartPrint-verbinding en printers worden altijd gebruikt, ongeacht de daadwerkelijke AFAS-gebruiker die de afdrukactie uitvoert.
3. Meerdere printers
In sommige gevallen kan het nodig zijn om op meerdere printers af te drukken en/of om te printen met meerdere SmartPrint-clients, afhankelijk van de AFAS-gebruiker die de afdrukactie uitvoert. In dat geval is het nodig om extra gebruikers onder het account te configureren.
We hanteren een ondubbelzinnige methode om de juiste printer-settings te identificeren die moeten worden gebruikt voor het verwerken van de printtaak.
Het printverzoek van AFAS bevat een specifieke parameter voor de gebruikersnaam waarvan de printer-settings moeten worden gebruikt. De gebruikersnaam in dat verzoek wordt altijd als volgt geformatteerd:
[AFAS user ID]@[AFAS account number], bijvoorbeeld stevenluyckx@31010
De Transsmart APIv2 houdt rekening met deze parameter en handelt dienovereenkomstig:
a. user name found: printen met de settings die voor die gebruiker is geconfigureerd
b. user name found, has no print settings : een foutmelding retourneren
c. user name not found: printen met de settings van de integration user-account (fallback)
d. user name empty: printen met de settings van de integration user-account (fallback)
4. Onboardingsproces voor klanten
Alle klanten met één printer printen altijd met de printer-settings van de integration user. Zij hebben niets extra’s nodig.
Klanten die werken met een omgeving met meerdere printers moeten 2 dingen doen:
1. net als bij een standaardconfiguratie de printer-settings instellen op de integration user
2. voor elke AFAS-gebruiker die naar een niet-standaardprinter wil afdrukken, moet in MyTranssmart een overeenkomstige gebruikersaccount worden aangemaakt met de alternatieve printer-settings
De gebruikersnaam moet als volgt worden geformatteerd: [AFAS user ID]@[AFAS account number]
5. Voorbeeldgebruik
Stel dat de klant AFAS-accountnummer "12345" heeft.
Stel dat printer X is gekoppeld aan SmartPrint1 en printer Y is gekoppeld aan SmartPrint2.
AFAS-gebruikerslijst
userA
userB
userC
Transsmart-gebruikerslijst
integration user account geconfigureerd om af te drukken met SmartPrint1 op printer X
userC@12345 geconfigureerd om af te drukken met SmartPrint2 op printer Y
Voorbeeldverzoeken
1. voor userA
printing user parameter userA@12345
Transsmart vindt geen overeenkomende gebruikersaccount, het afdrukken wordt uitgevoerd met de settings van de integration user --) de printtaak wordt via SmartPrint1 naar printer X verzonden
2. voor userB
printing user parameter userB@12345 idem dito
3. voor userC
printing user parameter userC@12345 Transsmart vindt een overeenkomende gebruiker en de gebruiker heeft printerinstellingen geconfigureerd, het afdrukken wordt uitgevoerd met die settings --) de printtaak wordt via SmartPrint2 naar printer Y verzonden